Het gebeurt in elk gezin: je kind loopt naar de halte en ziet net de bus wegrijden. Of het merkt het pas thuis omdat de schoenen nog niet aan waren. Dat geeft stress, zeker als je zelf ook weg moet. Met een plan B verloopt de ochtend rustiger.
Een plan B klaar hebben
Praat vooraf met je kind over wat het doet als de bus weg is. Blijft het bij de halte wachten, gaat het terug naar huis of belt het jou? Spreek een eenvoudige regel af die het kind onthoudt, en zorg dat het weet hoe het je bereikt. Schrijf de belangrijkste nummers op een briefje in de boekentas, ook als je kind ze uit het hoofd kent.
Bedenk als gezin welke alternatieven er zijn: een volgende bus, iemand die het kind met de auto kan brengen, een buur die toevallig dezelfde kant op moet, of samen fietsen. Kies één of twee mogelijkheden en bespreek die met je kind. Zo weet het dat er altijd een uitweg is en raakt het niet in paniek. Zorg dat je een idee hebt van de vertrektijden van de volgende bus.
Bespreek ook de oorzaak zonder verwijt. Was het te laat opstaan, een zoekgeraakte schoen of een trage ochtend? Zoek samen wat je de volgende keer kunt veranderen, bijvoorbeeld de kleren de avond ervoor klaarleggen of de wekker een kwartier vroeger zetten. Een kleine aanpassing helpt meer dan een preek.
Zorg ten slotte dat de school op de hoogte is als je kind later komt. Een kort berichtje aan de juf of meester voorkomt onrust en geeft je kind een rustiger begin. Eenmaal op school is de ochtend voorbij. Blijf zelf kalm, want je kind neemt jouw stemming over.
Na een gemiste bus hoort een rustig gesprek, geen ruzie, en een vast plan voor de volgende keer. Kinderen die merken dat een misstap niet meteen tot boosheid leidt, durven sneller te vertellen wat er misgegaan is. Dat maakt de volgende ochtend een stuk gemakkelijker.