Op dagen dat je kind moet trainen, is er vaak weinig tijd tussen school, opvang en de training zelf. Het avondeten schuift dan naar voren of naar achteren, en soms belandt het in de auto. Met een beetje plannen kun je op die dagen toch rustig eten.
Een ritme voor trainingsdagen
Bekijk aan het begin van de week welke dagen een training hebben. Zet het in de agenda en plan de maaltijden erop. Op trainingsdagen kies je iets wat snel klaar is of wat je de dag ervoor al hebt voorbereid: een ovenschotel, soep, pasta met een eenvoudige saus of een grote salade. Zo hoef je niet te haasten in de keuken.
Vroeg eten betekent niet dat het minder gezellig hoeft te zijn. Dek samen de tafel en leg alles klaar voordat iedereen gaat zitten. Laat je kind meehelpen met de borden en het bestek. Eet samen, ook al duurt het maar even. Zo blijft het avondeten een vast moment voor het gezin, ook op drukke dagen.
Denk ook aan een kleine versnapering na school en na de training. Een boterham, wat fruit of een koek voorkomt dat je kind te hongerig aan tafel of aan de training begint. Een grote maaltijd vlak voor de training is niet nodig: kies liever iets lichts als de tijd krap is. Geef je kind een drinkfles mee naar de training.
Past het echt niet, dan kun je de maaltijd ook na de training eten. Zet dan iets klaar wat makkelijk op te warmen is, en zorg dat je kind niet te laat naar bed gaat. Bekijk na een paar weken wat goed werkt en wat niet. Misschien past een andere dag beter om een grote pot te koken die voor twee avonden genoeg is.
Als het ritme eenmaal staat, geeft het rust aan het hele gezin. Kinderen weten wat er van hen verwacht wordt, en jij hoeft niet elke week opnieuw te beslissen wat er gebeurt. Een klein schema op de koelkast maakt het voor iedereen duidelijk.