Ochtenden waarop de kinderen elk een andere kant op moeten

Landschapsillustratie

Zodra twee kinderen naar verschillende plekken moeten, wordt de ochtend een puzzel. Het ene kind moet naar school, het andere naar de opvang, en de ouders moeten ook nog ergens naartoe. Als alles op één ochtend samenkomt, is het zoeken naar een vaste volgorde die voor iedereen werkt. Met een paar afspraken wordt het overzichtelijk.

Een vaste volgorde

Begin met een overzicht: wie moet waar zijn en hoe laat? Zet de tijden op een briefje of op de gezamenlijke agenda in de gang, zodat iedereen ze kan zien. Reken vanaf de eerste afspraak terug, zodat je weet wanneer je moet vertrekken. Een klein buffertje haalt de druk uit het schema en helpt als er onverwacht iets misgaat.

Bereid zoveel mogelijk de avond ervoor voor. Tassen staan bij de deur, kleren liggen klaar, de lunch zit in de trommel en de jassen hangen aan de haak. Geef elk kind een eigen plek en een eigen kleur of teken, zodat er niets door elkaar raakt. Als er twee verschillende tassen zijn, zorg dan dat je bij de deur direct ziet welke van wie is.

Verdeel de taken. De ene ouder brengt het ene kind, de ander het andere, of jullie wisselen per dag af. Spreek af wie welk kind ophaalt en wie de sleutel heeft. Oudere kinderen kunnen soms zelfstandig een stukje lopen of fietsen. Kijk wat bij jullie situatie past en wat je kinderen aankunnen.

Blijf ook rustig als het misgaat. Een vergeten gymtas of een zoekgeraakte schoen kost tijd, maar er is meestal een oplossing. Wees kort en duidelijk in wat je zegt, en laat de kinderen zoveel mogelijk zelf meehelpen. Bespreek 's avonds kort wat goed ging en wat je de volgende keer anders wilt doen, en pas het schema aan.

Na een paar weken loopt de ochtend meestal vanzelf, en de kinderen weten precies wat er van hen verwacht wordt. Een vaste volgorde geeft houvast, ook op dagen waarop er iets uit de routine valt. Kijk af en toe of het schema nog past, want kinderen groeien en afspraken veranderen mee.